dinsdag

BUREN / BOEREN

Een van onze buren is afkomstig van het platteland. Dat geeft niet. Daar kan hij niets aan doen.

Ik vermoed dat hij met zijn jonge gezinnetje al geruime tijd woonachtig is in de Randstad, met andere woorden: binnen de bebouwde kom van deze of gene Hollandse gemeente, de laatste paar jaar dus bij ons in de stad en, inderdaad, bij ons in de straat. ‘Tot dusver niets aan de hand’, zou Sylvia Witteman zeggen.

De man houdt van klussen. Op zich hoeft ook dit geen overmatige verwondering tot gevolg te hebben – ware het niet dat ‘s buurmans voorkeur uitgaat naar het hanteren van … de zaag. Nou ja, zult u zeggen, so what? Wat is er mis met houtbewerking? Tja, dat dachten wij aanvankelijk ook. Liever dát dan dat hij (ik zeg maar wat hoor) ieder weekend een schaap slacht op zijn achterbalkon… Bij gebrek aan ervaring op dit terrein ga ik ervan uit dat een schaap in doodsnood een schril, doordringend en onaangenaam geluid produceert. Maar het is evenzeer aannemelijk dat dit geluid kortstondig is, nietwaar?
Welnu, het is precies hier dat de schoen wringt, of beter gezegd: dat het gereedschap snerpt. De eerste uren, dagen en weken, ja zelfs de eerste maanden denk je nog: ach, die mensen knappen hun huis op, ze doen veel met hout, misschien ook wel met tegels en zo, en daar komt overduidelijk het nodige zaagwerk bij kijken. En dat werk verricht buurman bij voorkeur in de open lucht van zijn voor- dan wel achtertuintje. Maar goed, de tijd verstrijkt. 2011 wordt 2012. 2012 wordt 2013. Enfin, u begrijpt waar ik naartoe wil. Van dik hout zaagt men planken. Er waren zonnige zaterdagochtenden en druilerige dinsdagavonden waarop wij niet anders konden dan ons afvragen: wat kán er nu, na al die tijd, nog te zagen zijn …?

Een waar mysterie, waaraan (ook dit hoor ik u als het ware denken) gemakkelijk een eind zou kunnen worden gemaakt door de straatgenoot in kwestie gewoon eens af, pardon aan te schieten en vriendelijk en beleefd met deze brandende vraag te confronteren. Ja, u hebt gelijk:  “hé Sick Fuck, komt er ooit nog een eind aan dat zenuwengezaag van jou?” is ook een optie. Of telkens ostentatief ‘Zagen, zagen, wiede wiede wagen’ neuriën als onze paden zich kruisen bij de Albert Heijn of zo. Maar het is er tot dusver allemaal niet van gekomen. En ach, er is nog maar zo weinig Mysterie in het moderne leven. Wij kunnen het ons niet veroorloven met dat weinige lichtvaardig om te springen.

Groter nog dan de zaag als plaag of levensvraag is het wonder der voortplanting. En ook op dat punt laten deze buurtjes van buut’n zich niet onbetuigd. (Buurmans behendigheid is klaarblijkelijk niet strikt beperkt tot het hanteren van elektrisch aangedreven gereedschap.) Ook hier was en is onze instelling er een van: tja, zo gaat dat nu eenmaal, dat is de natuur, wat doe je eraan? (Nou ja, wat dat laatste betreft, laat ik mijn verbeelding weleens de vrije loop; ik kan het niet ontkennen en geef het dus maar toe. Maar dat  terzijde.) Het begon - hoe kan het anders? - met één, en nu staat de teller al op vier, en onlangs meende ik opnieuw een bolling te ontwaren in buurvrouws buikstreek, maar misschien vergis ik me. Wij houden de adem in.
Van haar reeds geboren vruchtjes kan zulks bepaald niet worden gezegd! Waar het in de ruwe dagelijkse praktijk op neerkomt, is dat, op de zeldzame ogenblikken waarop pappa niet zaagt, het buurkroost naar buiten breekt en … een geluidsoverlast produceert die misschien nog net niet doet verlangen naar pa’s mechanische kakofonie, maar zeker wel naar het bescheiden doodsgereutel van eerder genoemd wollig offerdier. Zelden heeft u zulke schrille kinderstemmen gehoord: overwegend harde, hoge tonen die zich direct diep in des toehoorders hypofyse boren. En dat langdurig, en nu dus reeds vierstemmig!

En nooit, nooit, nooit, nooit, nooit eens iemand die sist van: hé, we zijn niet bij opa en oma in de polder hoor! Er wonen nog andere mensen in deze buurt!!
Oké, van vader, zelf dus een meedogenloze toonterrorist, valt op dit vlak niet veel te verwachten. Maar hoe is het mogelijk dat zulke gedachten kennelijk ook bij de moeder van het luidruchtig gebroed niet opkomen? Zij zit immers zelf toch ook midden in deze decibelhel?

Pardon, wat zegt u? Ah ja, nee, ja, dat klopt: onoverbrugbare cultuurverschillen. U zegt het!
Boerenland vs. burenland. Planeet Boerenkoolstronkerradeel vs. Planeet Randstad.
Niks aan te doen …










Geen opmerkingen: